Search
Close this search box.
Search
Close this search box.

8 tips & tricks voor het herkennen van autisme in een diagnostisch onderzoek

Op mijn werk komen wij regelmatig mensen met complexe problemen tegen die al geruime tijd in de GGZ onder behandeling zijn. Bij een deel van die mensen blijkt een diagnose autisme te zijn gemist. Autisme herkennen is soms best lastig, vooral bij mensen die een ster zijn in camoufleren. Het is de (soms ingewikkelde) taak van een psycholoog om daar doorheen te prikken. Hier zijn 8 tips & tricks voor de onderzoekend psycholoog om in gedachten te houden tijdens een diagnosetraject:

1. Let niet alleen op stereotiep gedrag

Kijk naar stereotiep gedrag, maar wees je er ook van bewust dat het ontbreken daarvan niets zegt. Als iemand je niet aankijkt, kan dat wijzen op autisme. Maar als iemand wel oogcontact maakt, betekent dat niet automatisch dat er geen sprake is van autisme. Hetzelfde geldt voor onder andere humor, empathie of de aanwezigheid van vriendschappen.

2. Vraag door

Je kunt zoveel informatie missen als je genoegen neemt met de eerste indruk of het eerste antwoord, ook als daar geen bijzonderheden in lijken te zitten. Stel dat iemand prima in staat is om kletspraatjes te maken, hoe doet iemand dat dan? Kost het veel energie? Moet iemand erbij nadenken? Gaat het einde van de dag net zo gemakkelijk als aan het begin? Wordt het gesprek achteraf geanalyseerd?

3. Interpreteer de criteria van de DSM ruim

Zo lijkt het trommelen met de vingers of het wiebelen met de voet helemaal niet zo bijzonder, maar dit kan wel degelijk een repetitieve motorische beweging zijn (al is het misschien niet stereotiep, zoals in de DSM genoemd wordt). Zeker bij vrouwen is een ruime interpretatie van de DSM op zijn plek, omdat zij over het algemeen minder binnen het ‘standaard beeld’ van autisme passen.

4. Discrepantie tussen testen en het dagelijks leven

Sta stil bij de eventuele discrepantie tussen testresultaten en het dagelijks leven. Testen worden meestal gestructureerd en 1op1 afgenomen in een prikkelarme ruimte. Het dagelijks leven vereist veel meer van iemand. Het zou zomaar kunnen dat iemand wel over bepaalde capaciteiten beschikt, maar het niet lukt om hier in het dagelijks leven gebruik van te maken. Denk bijvoorbeeld aan de mate van Theory of Mind of de executieve functies.

5. Let op overlap met andere stoornissen

Wees je bewust van de overlap tussen autisme en diverse andere stoornissen. Bepaalde (gedrags)kenmerken bij autisme zie je bijvoorbeeld ook bij ADHD, PTSS, schizofrenie of persoonlijkheidsproblematiek. Ook een verstandelijke beperking kent deze overlap. Neem de overeenkomende kenmerken eens onder de loep en bedenk of je dit vanuit autisme kan verklaren.

6. Bestudeer de psychiatrische voorgeschiedenis

Hardnekkige klachten, een verscheidenheid aan klachten die net niet aan een classificatie voldoen, een therapie die meermaals maar geen effect lijkt te hebben, een disharmonisch intelligentieprofiel (waarbij er grote verschillen zijn tussen verschillende gebieden binnen het IQ); allemaal opvallendheden waarbij autisme een verklaring zou kunnen zijn.

7. Heb oog voor de draagkracht en draaglast

Overvraging bij autisme kan een heel scala aan psychische klachten tot gevolg hebben. Hierdoor is het soms lastig om het onderliggende autisme te herkennen. Overigens is een aparte diagnose voor bijvoorbeeld angst, somberheid of dwang ook niet altijd nodig; soms verdwijnen deze klachten vanzelf als de draagkracht en draaglast meer in balans zijn.

8. Vergeet de omgeving niet

Familieleden of vrienden die de persoon goed kennen, hebben vaak essentiële informatie om een diagnose te kunnen stellen. Misschien heeft iemand vanuit een gebrek aan inzicht het idee dat sociale contacten hem prima afgaan, maar ziet de omgeving wel degelijk bijzonderheden. Of andersom. Deze informatie zou je missen als je alleen met de persoon in kwestie praat.

Welke tips zou jij vanuit je eigen ervaring aan een psycholoog geven?

 

3 reacties

  1. Een tip die ik zou geven aan psychologen is: zoek je informatie (ook) bij autistische mensen zelf (bij ervaringsdeskundigen).

    Wat je over autisme leert tijdens een opleiding kan namelijk heel erg eenzijdig zijn (geschreven vanuit een neurotypisch of niet-autistisch oogpunt).

    Mijn psycholoog, van toen ik gediagnostiseerd werd, legde autisme aan mij uit als een lineair spectrum (van heel erg autistisch naar een beetje autistisch), terwijl dat ik tegenwoordig weet dat het wél een spectrum is, maar niet een lineaire (en eentje zonder functie labels).

    Ik ben erg blij dat ik zelf opzoek ben gegaan naar informatie over autisme en de ‘autism community’ ben tegengekomen, want daar heb ik (enigszins helaas) meer van geleerd dan van mijn psycholoog.

  2. Ik vind de genoemde stap over doorvragen ontzettend goed en belangrijk! Zelf heb ik hier positieve ervaringen mee gehad bij diagnostiek. De psycholoog daar vroeg bijvoorbeeld of ik mezelf flexibel vond. Ik antwoordde toen dat ik vaak meega met veranderingen dus dat ik wel flexibel kan zijn. Maar toen zij vroeg hoe dat gevoelsmatig voor mij was, bleek dat het mij veel extra denkstappen kost en dus niet vanzelf gaat/energie kost. En zo waren er nog veel meer voorbeelden van gedrag dat in de eerste instantie niet autistisch oogt, maar waarachter wel degelijk een autistische manier van denken /worstelingen zitten. Dus niet per se een extra tip maar meer een compliment voor wat er al staat 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer artikelen

Jouw verhaal heeft kracht.

Misschien heb je het gevoel dat je verhaal slechts één van velen is, maar het kan een wereld van verschil maken voor iemand die momenteel met een soortgelijke uitdaging worstelt.

Stuur ons jouw verhaal in en zie het binnenkort op onze site.