Autisme en het werkende leven: 10 tips

Heb jij autisme én een baan? Dan herken je je misschien wel in wat ik schreef in mijn vorige blog:

Dat neemt trouwens niet weg dat ik ondertussen de nodige struggles ervaar op mijn werk. Zelfs (of misschien wel juíst) na een tiendaagse kerstvakantie. Ik ben moe, ga vroeg naar bed, val tijdens mijn thuiswerkdag twee keer bijna in slaap, worstel me door mijn volle mailbox en door telefoongesprekken heen, geef mezelf een schop tegen mijn achterste om m’n motivatie weer wat op te krikken en meer van dat soort gedoe.

Spoiler alert: in deze blog ga ik je niet vertellen dat je daarom maar beter zo snel mogelijk je ontslag kunt nemen. Nee, ik wil je juist wat tips meegeven om te laten zien dat het mogelijk is het je werk als autist zó in te richten dat het voor jou “werkt”! Hoe dan? Nou, bijvoorbeeld…

1. Vertel over je diagnose (of juist niet)

Of je over je autismediagnose vertelt of niet is heel persoonlijk. Het kan zijn dat je het niet ziet zitten en dat is helemaal prima. Wat je in dat geval wel zou kunnen helpen, is te benoemen wat jij nodig hebt om goed te kunnen functioneren. Meer hierover in het verdere van deze blog.
Wanneer je ervoor kiest wel te vertellen dat je autisme hebt, kan dit helpen voor collega’s om te begrijpen waarom je bepaalde aanpassingen voor jezelf maakt. Maar ook hierin zijn nuances te maken: je hoeft het natuurlijk niet meteen in de eerstvolgende dagstart te droppen voor de oren van je hele team; je kunt er ook voor kiezen het alleen te vertellen aan een specifieke collega, leidinggevende, coach of andere persoon die je vertrouwt.

2. Gebruik een noise cancelling koptelefoon

Je redding voor kletsende collega’s en rinkelende telefoons! Terwijl jij je favoriete muziek luistert, filter je de omgevingsgeluiden weg en kun je je beter concentreren. Bijkomend voordeeltje: collega’s “durven” je minder gauw te storen als ze zien dat je ‘m op hebt.

3. Maak afspraken over wanneer je gestoord kunt worden

Schiet overlegmomentjes in, in plaats van dat je continu bereikbaar bent voor vragen van goedbedoelende collega’s. Als je desondanks wél midden in een taak zit, er een collega aan je jasje trekt en je de bui (lees: mentale error) al ziet hangen, probeer dan grenzen aan te geven. Voorbeeldje: “ik maak dit eerst even af en kom over tien minuutjes bij je terug.” Of maak de afspraak dat je liever niet gestoord wilt worden als je je koptelefoon draagt.

4. Gebruik een planningstool

Todoist.com. Mensen, probeer dit. Het is goud.

5. Maak afspraken rondom mailen en bellen

In een maatschappij waarin je altijd bereikbaar moet zijn, is het voor je eigen rust handig om afspraken met jezelf te maken over je mail- en telefoongebruik. Bijvoorbeeld: “ik bekijk mijn mail alleen aan het begin, in het midden en aan het eind van mijn werkdag”. Geef aan dat collega’s je beter kunnen bellen of direct aan kunnen spreken als er urgentie achter zit.
Houd je niet van bellen of vind je dat ik mezelf nu tegenspreek nu je punt 3 net hebt gelezen? Zorg dan juist dat je wat meer mailmomentjes op een dag plant en laat collega’s weten dat ze je het beste een mailtje kunnen sturen omdat je die tijdig zult lezen. Kan voor een autistisch brein, dat alles eerst even rustig moet verwerken, dé oplossing zijn.
Je ziet, er is hierin geen zwart-wit (jammer, vind ik altijd), maar het gaat om de ontdekkingsreis naar wat voor jóu werkt. Gun jezelf de tijd om verschillende dingen uit te proberen.

6. Pas je takenpakket aan

Hoog gegrepen? Niet per sé. Je hoeft niet gelijk je hele functie om te gooien, maar bespreek eens met je leidinggevende welke (kleine) aanpassingen er in je takenpakket mogelijk zijn zodat het beter bij je past. Bij mij was het bijvoorbeeld mogelijk om meer “in m’n eigen bubbel” met data te werken en minder ad hoc telefoontjes te moeten plegen. Niet geschoten is altijd mis, toch?

7. Neem regelmatig pauze

Dit is erg belangrijk om prikkels te verwerken. Een autistisch brein heeft daar vaak meer tijd voor nodig dan een neurotypisch brein. Maak afspraken met jezelf, bijvoorbeeld: “ik neem naast mijn lunchpauze ook ‘s ochtends en ‘s middags een kwartiertje rust”. Laat pauze écht pauze zijn, dus ga weg van je werkplek en maak voor jezelf de keuze of je je pauze liever alleen of in gezelschap doorbrengt. Kijk wat voor jou werkt om te ontprikkelen: even wandelen, ergens een goeie koffie halen, even in een hoekje met een boekje… of misschien vind je het juist wel fijn om met een collega te kletsen.
Zorg ook dat je na het werk voldoende tijd neemt om te rusten: plan bijvoorbeeld niet te veel ‘s avonds, ga lekker een boek lezen of een serie kijken… zorg dat je voldoende oplaadt voor de nieuwe dag.
Oh ja, en een pauze kun je trouwens ook zien in de vorm van één of meerdere vaste vrije dagen per week! Denk goed na over wanneer je deze vrije dag plant: ik heb hem bijvoorbeeld van de maandag naar de donderdag verschoven zodat ik een “gat” in mijn week heb om uit te kunnen rusten (en te mountainbiken, maar dat ter zijde).

8. Maak gebruik van coaching of therapie

Is er op of buiten jouw werk om gelegenheid tot coaching of therapie? Maak daar gebruik van om over je autisme in combinatie met werk te praten. Je kunt er een hoop waardevolle tips opdoen!

9. Durf vragen te stellen

Heb jij soms ook het idee dat gesprekken te snel voor je gaan? Dit kan te maken hebben met een vertraagde prikkelverwerking, zoals ik onder punt 7 al even kort heb aangekaart. Dat is niet erg, dat is hoe jouw brein werkt. Wees daarom niet bang om vragen te stellen! Het is helemaal niet erg als je iets nog een keer wilt horen, om verduidelijking vraagt of even een aantekening wilt maken om het beter te kunnen onthouden.

10. Werk thuis ook op een gezonde manier

Last but not least… ook als je thuiswerkt (door tante Corona) kunnen bovenstaande tips helpend zijn. Je kunt er zelfs nog extra aan toevoegen, zoals “als de deur van mijn werkplek open staat, mag je me storen. Als hij dicht is, liever niet”. Of: “als ik pauze houd, ga ik naar een andere ruimte in mijn huis, of even naar buiten om een frisse neus te halen”.

 

Tenslotte wil ik je nog iets belangrijks meegeven: je kunt op het werk last hebben van je autisme, maar het is ook een kracht. Eigenschappen zoals eerlijkheid, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid, oog voor detail, een uniek gevoel voor humor, een groot verantwoordelijkheidsgevoel, hyperfocus, leergierigheid, het hebben van een visuele instelling en het goed planmatig kunnen werken (om maar wat te noemen) maken ons gewoon hele goeie collega’s 🙂 Dus vergeet dat vooral niet.

Heb jij nog meer tips als het gaat om werken met autisme? Deel ze vooral hieronder in de reacties! Vind ik leuk.

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Dit artikel delen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Meer artikelen