Wat je zoal leert van je autistische medemens

Op zaterdag 2 april was het wereld autisme dag. En precies op die dag ben ik naar een studiedag over – hoe raad je het – autisme geweest. Nou zou ik kunnen gaan opschrijven wat ik daar tijdens de lezingen en workshops heb geleerd, maar stiekem vond ik het veel leuker om met jullie te delen welke ervaringen ik tussen de theoriesessies door heb opgedaan. Met andere woorden: wat leer je van een dagje samenzijn met mede-autisten? Nou, dit:

Het is even wennen

Aan het begin van de eerste lezing zat ik verkrampt op mijn stoel. Want zoveel autisten bij elkaar in één ruimte, dat kan toch nooit goed gaan? Een paar voorbeelden van mijn gedachtespinsels: zit ik niet te dicht naast mijn buurman? Wat als er mensen overprikkeld raken of iets onverwachts doen? En als we niet op schema blijven lopen, flipt dan de helft? Zoveel mensen met hun eigen behoeftes en gevoeligheden, hóe dan? Maar hoe langer ik er was, hoe ontspannener ik werd en hoe meer ik mijn gepieker los kon laten. Want nee, mijn buurman vond het niet erg dat ik naast hem zat. Ja, er raakten mensen overprikkeld. Ja, er waren er ongetwijfeld ook die kleine wijzigingen in het schema op z’n zachts gezegd niet leuk vonden. Maar… mag het leven ook een beetje geleefd worden, met al zijn gekke haperingen, onverwachte wendingen en unieke persoonlijkheden? Het hoort er allemaal bij.

Autisme kent geen stereotypes

Ik hoor je al denken: moet je dat nou echt nog in een blog zetten? Blijkbaar. Want – shame on me –  bij mij zitten er een jaar na diagnose en het volgen van tien autisme-Instagramaccounts nog steeds wat vooroordelen in. Zo verbaasde ik me over een spontane jongen die zich zomaar bij ons groepje in de pauze aansloot om gezellig mee te kletsen. Hij was toch autistisch? Dat hij dat dan durfde! Verder waren er autisten-die-er-helemaal-niet-autistisch-uitzagen, oogcontact makende autisten en autisten die sarcastische grapjes begrijpen. Er waren jonge mensen, ouderen, iemand met een hulphond, iemand met autisme en ADHD, studenten, werkende mensen, mensen met een gezin, singles, getrouwd, relatie… Joh, je zou bijna zeggen dat wij net zo uniek en divers zijn als de rest van de wereld. Het was alsof iemand tegen me zei: “even dat je het weet, Janyke, maar autisme is dus een spéctrum”. Blijkbaar had ik die reminder even nodig.

Je leert je aanpassen aan andermans behoeftes

Het feit dat iedereen anders is, betekent ook dat sommige mensen karaktertrekjes of behoeftes hebben die niet helemaal op één lijn liggen met wat je zelf prettig vindt. Sommige autisten hebben er een handje van maar te blíjven praten. Lastig als je ook je verhaal wilt doen of je hoofd al te vol zit om alle informatie te verwerken. Anderen willen lekker uit het raam kunnen staren terwijl voor jou het licht te fel is. En weer anderen lusten alleen het aanwezige lunchfruit terwijl een ander gruwt van de textuur ervan. Maar ook deze verschillende behoeftes zijn oké. Soms pas jij je aan, soms doet de ander dat. Daar samen een weg in te vinden is de kunst van het samenleven, en stiekem heeft dat ook zo zijn charme.

Autisten onder elkaar zijn gewoon superleuk

Verwacht op een autisme studiedag geen saaie koetjes-en-kalfjeskletspraat tussen de lezingen door. Nee, hier gaat het over het uitvinden van een persoonlijk boodschappensysteem, de rol van de ratio bij ASS, specifieke voedselvoorkeuren (wel of geen bananen), de relatie tussen vriendschappen, zelfbeeld en intelligentie en het percentage filosofiestudenten dat “op het spectrum” zit, om maar wat te noemen. Wat de vriendin met wie ik naar de studiedag was, van de weersomstandigheden op dat moment vond? Geen flauw idee. Maar haar mening over het meenemen van een eigen beker naar events, in het kader van de duurzaamheid, die weet ik tenminste wél. En da’s veel interessanter, toch?

Het geeft een warm bad van herkenning

Gewoon. Dat aan het eind van de dag, wanneer de informatie zich zoemend een weg door je brein baant in een poging verwerkt te worden, iemand droogjes meedeelt: “en dít is dan het moment dat je lijf schreeuwt: ik wil naar huis!”… en jij niets anders kunt dan volmondig “ja” verzuchten (je hoeft dan zelfs niet eens meer naar huis, want deze herkenning voelt al als thuiskomen!). Of dat je gewoon lekker tegen de deurpost kunt hangen zonder op de sociale wenselijkheid van je houding te hoeven letten. Dat je geen gedwongen oogcontact hoeft te maken. Dat je altijd weg mag lopen bij een workshop als je hoofd te vol zit en niemand daar gek van op zou kijken. Dat je naar hartenlust aan je haarelastiekje mag friemelen omdat je je daar comfortabeler bij voelt en het je helpt om prikkels te verwerken. Met andere woorden: dat je jezelf mag zijn, je jezelf niet hoeft te verklaren, niets hoeft uit te leggen, maar zonder woorden begrepen wordt. Dat is heerlijk.

Mijn conclusie? Mede-autisten ontmoeten is verrijkend! Je leert er nuttige levenslessen door, doorbreekt vooroordelen, vergroot je kennis over andermans speciale interesses en vindt er herkenning. Als je de kans krijgt om een keertje naar een bijeenkomst of iets dergelijks te gaan, zou ik het zeker doen.

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Dit artikel delen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Meer artikelen