Search
Close this search box.
Search
Close this search box.
maag-darmproblemen

Autisme & Comorbiditeiten: Maag- & Darmproblemen

Veel autistische mensen zijn niet alleen autistisch. Geregeld komt het voor dat wij ook andere diagnoses hebben. Deze diagnoses staan meestal op zichzelf, maar komen toch vaker voor bij autisten dan bij neurotypische mensen. Deze diagnoses (of (nog) niet-gediagnosticeerde klachten) worden dan comorbiditeiten genoemd. In deze serie ga ik de komende maanden verscheidene comorbiditeiten bespreken. Dit artikel gaat over maag- en darmproblemen.

Inleiding.

Ik kan me mijn leven niet voorstellen zonder maag- en darmklachten. Mijn herinneringen van chronische buikpijn gaan terug naar toen ik ongeveer twee jaar was. Ik weet nog dat ik huilend op het toilet zat, omdat het zo’n zeer deed. En ik weet ook nog goed dat ik ervoor naar de huisarts en kinderarts ging voor deze problematiek.

En ook op volwassen leeftijd bezocht in de MDL-arts meerdere keren per jaar. Het zit in mijn familie, maar in het afgelopen jaar ben ik erachter gekomen dat maag en-darmproblemen relatief vaak voorkomen bij autistische mensen.

Er zijn inmiddels ook onderzoekers die het een goed idee vinden om deze klachten te betrekken bij het diagnosetraject. Maar waardoor komt het dan dat zoveel autisten dergelijke klachten hebben? In dit artikel leg ik het je graag uit.

Het maagdarmstelsel.

Laat ik allereerst beginnen met wat het maagdarmstelsel nu precies is en wat het doet. Het maagdarmstelsel bestaat uit allerlei onderdelen die nodig zijn om je voedsel vanaf de mond verder te bewegen door je lichaam.

Je eet dus iets, waarna het door de slokdarm in de maag belandt. Vandaaruit gaat het voedsel verder naar de dunne darm en de dikke darm, waarbij ieder onderdeel zijn eigen functie heeft. Wat overblijft na het proces van vertering, eindigt uiteindelijk in de wc-pot.

Fase 1: De slokdarm en de maag.
Het eerste deel van het maagdarmstelsel is de slokdarm. Die kun je zien als een buis die de mond en de maag met elkaar verbindt. Wanneer je je eten doorslikt, gaat het door de slokdarm naar beneden. Daar wordt het voedsel opgeslagen voor vertering. De maag bevat zuren die helpen om het voedsel te verteren, en kan zo’n anderhalve liter voedsel bevatten.

De maag zelf neemt geen voedingsstoffen op uit het voedsel, maar heeft de rol van opslag en de eerste fase van vertering. Het voedsel verblijft hier dus ook maar kort, waarbij het door middel van kleine spiersamentrekkingen weer doorstuurt naar de dunne darm.

Fase 2: De dunne darm en de dikke darm.
De dunne darm bestaat uit drie delen:

    • De twaalfvingerige darm (duodenum).
    • De nuchtere darm (jejunum).
    • De kronkeldarm (ileum).

 

In deze drie delen wordt het voedsel gemengd met spijsverteringsvloeistoffen die het eten afbreken en verder verteren. De dunne darm neemt ook voedingsstoffen op in de bloedbaan.

In de twaalfvingerige darm vermengen gal, vocht uit de darmwanden en andere vloeistoffen uit de alvleesklier zich met het voedsel. Dit mengsel van voedsel en vloeistoffen gaat naar de nuchtere darm, waar het voedsel wordt afgebroken tot essentiële elementen zoals koolhydraten, vetten, eiwitten en andere voedingsstoffen.

Ten slotte gaat het voedsel naar de kronkeldarm, waar veel van de voedingsstoffen en water in de bloedbaan worden opgenomen. Voedsel en spijsverteringsvloeistoffen die niet worden opgenomen, worden verder naar de dikke darm bewogen, waar het uiteindelijk in het laatste gedeelte van de darmen (de endeldarm) wordt opgeslagen totdat je naar het toilet kunt gaan.

Aandoeningen van het maagdarmstelsel.

Er zijn ontzettend veel soorten maagdarmklachten. Ze kunnen opzichzelfstaand zijn, maar sommige problemen kunnen ook gezamenlijk voorkomen. Al deze aandoeningen aan het maagdarmstelsel zijn onder te verdelen in twee categorieën:

    • Functionele aandoeningen.
    • Structurele aandoeningen.

 

Functionele aandoeningen.

Functionele aandoeningen kunnen in het gehele maagdarmstelsel voorkomen. Deze aandoeningen van het maagdarmstelsel komen ook het vaakst voor.
Bij deze problemen is er echter niets te zien aan de organen. Röntgenfoto’s, endoscopieën en bloedonderzoeken laten dus geen resultaten zien die in verband kunnen worden gebracht met de symptomen die iemand ervaart.

Dit wil niet zeggen dat de klachten tussen de zogenaamde oren zitten. Het betekent wel dat de problemen een andere oorzaak hebben. Deze functionele aandoeningen zijn ook weer onder te verdelen in verschillende types, die verband houden met de oorzaak van de klachten:

    • Motiliteit:

Motiliteit is een ander woord voor beweeglijkheid. Motiliteitsproblemen kunnen zorgen voor spierspasmen en samentrekkingen van de darm, wat pijn veroorzaakt.

    • Sensatie:

De zenuwen van het maagdarmstelsel reageren niet normaal op prikkels, bijvoorbeeld prikkels die ontstaan tijdens de spijsvertering. Dit veroorzaakt ook pijn.

    • Darm-brein connectie:

Hierbij worden de maagdarmproblemen veroorzaakt doordat de hersenen en het maagdarmstelsel niet goed met elkaar communiceren. Dit heeft invloed op de signalen die het brein naar het maagdarmstelsel stuurt, waardoor deze niet goed kan werken.

 

Volgens een rapportage uit 2021 zijn er 53 functionele aandoeningen waarmee iemand kan worden gediagnosticeerd. Voor volwassenen zijn dit er 33, en voor kinderen zijn er 20 diagnoses. De bekendste functionele maagdarmaandoeningen zijn:

    • Dyspepsie:

Dyspepsie is ongemak in je bovenbuik. Dyspepsie heeft bepaalde symptomen, zoals buikpijn en een vol gevoel kort nadat je begint te eten. Bij dyspepsie is het ook mogelijk om last te hebben van brandend maagzuur. Dit is te merken aan pijn of een branderig gevoel in het midden van de borstkas die tijdens of na het eten in de nek of rug kan uitstralen.

    • Misselijkheid en overgeven:

Misselijkheid voelt als een drang om te moeten braken. Bij braken of overgeven wordt de maaginhoud door de slokdarm omhoog gedrukt en komt het via de mond weer terug naar buiten.

    • Obstipatie en diarree:

Obstipatie is een aandoening dat wordt gekenmerkt door moeite met het passeren van de stoelgang. Hierbij merk je een vermindering van het aantal toiletbezoeken, het hebben van een stevige en droge ontlasting en kan er sprake zijn van maagpijn of een vol gevoel in de buik.

Diarree is het tegenovergestelde van obstipatie. Het belangrijkste kenmerk is een losse of waterige ontlasting en het kan zorgen dat je ineens naar het toilet moet rennen. Diarree kan het gevolg zijn van infecties, voedselintoleranties, of PDS. Het kan ook op zichzelf staan.

    • PDS:

Het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) is een groep symptomen die samen voorkomen, waaronder regelmatige pijn in de buik en veranderingen in de stoelgang, die diarree, constipatie of beide kunnen zijn. Met PDS heb je deze symptomen zonder zichtbare tekenen van schade of ziekte in je spijsverteringskanaal.

Structurele aandoeningen.

Structurele aandoeningen zijn die aandoeningen waarbij er bij onderzoek wel zichtbare oorzaken gevonden kunnen worden. Deze problemen zijn door specialisten vaak goed herkenbaar. Doordat er zich een probleem bevindt in een van de organen van het maagdarmstelsel, kan het zijn werk niet goed meer uitvoeren. Wanneer hier niets aan gedaan wordt, kunnen de symptomen verergeren en kunnen er ook andere complicaties ontstaan. Behandeling is dus nodig.

De symptomen van een structurele aandoening kunnen vergelijkbaar zijn met die van functionele aandoeningen, maar kunnen ernstiger zijn en zorgen voor duidelijke en langdurige veranderingen in de stoelgang. Bekende structurele aandoeningen zijn onder andere:

    • Aambeien:

Aambeien zijn gezwollen, vergrote aderen die zich binnen en buiten de anus en het rectum vormen. Ze kunnen pijnlijk en ongemakkelijk zijn en rectale bloedingen veroorzaken. Ze worden veroorzaakt door spanning op de anderen, je kunt ze ook wel zien als spataderen, maar dan bij de anus in plaats van de benen.

    • Chronische darmontstekingen:

Chronische darmontstekingen is een overkoepelende term voor twee aandoeningen waarbij sprake is van een langdurige (chronische) ontsteking van de weefsels in het spijsverteringskanaal. De twee aandoeningen zijn Colitis Ulcerosa en de Ziekte van Crohn.

Beiden worden gekenmerkt door een ontsteking van het slijmvlies van het spijsverteringskanaal, maar bij de Ziekte van Crohn komt de aandoening van mond tot anus voor en bij Colitis Ulcerosa ontstaan de ontstekingen vooral in de dikke darm.

Ook zit er een verschil in de ontstekingen zelf. Bij Crohn dringt de ontsteking door in alle lagen van de darmwand, waarbij Colitis Ulcerosa alleen de oppervlakte aangetast wordt.

    • Coeliakie:

Coeliakie (ook wel glutenintolerantie genoemd) is een aandoening waarbij je immuunsysteem je eigen weefsels aanvalt wanneer je gluten eet. Dit beschadigt je darmen, en dan met name je dunne darm. Coeliakie kan een reeks aan symptomen geven, waaronder diarree, buikpijn en een opgeblazen gevoel. Doordat coeliakie je darmen beschadigd, kan dit ervoor zorgen dat je een (ernstig) gebrek aan voedingsstoffen ontwikkelt.

    • Maagzweer:

Maagzweren zijn ontstekingen die zich hebben ontwikkeld tot open zweren op het slijmvlies van de maag. Deze zweren kunnen ook voorkomen in het deel van de darm dat net onder de maag zit. Het meest voorkomende symptoom is een brandende of knagende pijn in het midden van je buik, maar niet alle maagzweren zijn pijnlijk.

De oorzaak van een maagzweer is het beschadigd raken van de beschermde laag van de maagwand. Dit komt meestal door een infectie van de Helicobacter Pylori bacterie, of door het gebruik van medicatie uit de NSAID-groep (niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen), zoals aspirine (Alka-Seltzer en Aspro Bruis), diclofenac (Voltaren, Voltaren Emugel), ibuprofen (Advil, Nurofen) en naproxen (Aleve). Er is weinig bewijs dat stress of bepaalde voedingsmiddelen maagzweren veroorzaken.

Maag-darmklachten en autisme.

Er zijn wisselende percentages te vinden op internet met betrekking tot het samen voorkomen van autisme met maag-darmproblematiek. Zo zou het percentage ergens tussen de 30% en 70% liggen, maar ik kwam ook een percentage van over de 90% tegen.

Hoe dan ook, maag-darmproblemen komen zeer regelmatig voor. Het is zo veelvoorkomend dat het misschien wel een idee is om deze comorbiditeit op te nemen in het diagnostisch traject!

Onderzoek laat namelijk zien dat het geen toevalligheid is dat autisme en deze problematiek zó vaak hand in hand gaan. Het blijkt namelijk dat de darmen en de hersenen elkaar beïnvloeden. Niet voor niets wordt worden onze darmen tegenwoordig ook wel ons “tweede brein” genoemd.

Het tweede brein.

Je herkent dat misschien zelf ook wel. Je bent nerveus om sinds lange tijd weer met het openbaar vervoer te moeten reizen, waardoor je je misselijk voelt. Of je ontmoet iemand, waarbij je spontaan kriebels in je buik krijgt. Want die persoon is echt ontzettend leuk!

Deze sensatie wordt dus veroorzaakt door een groot netwerk van neuronen die zich in ons maagdarmstelsel bevindt. Dit netwerk wordt technisch gezien het enterisch zenuwstelsel genoemd, en bevat ongeveer 100 miljoen neuronen, meer dan in het ruggenmerg of het perifere zenuwstelsel zitten. Het perifere deel is de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel, de spieren en de organen.

Het enterisch zenuwstelsel is met name verantwoordelijk voor de controle over de spijsvertering. Het brein hoeft zich hier dus niet druk om te maken. Het afbreken van voedsel, het opnemen van voedingsstoffen en het afvoeren van het restafval wordt dus zelfstandig door dit netwerk uitgevoerd.

Maar dit zenuwstelsel is tot meer in staat dan alleen het verwerken en afvoeren van voedsel. Het is ook bekend geworden dat er flink wat communicatie plaatsvindt tussen de darmen en de hersenen. Deze wisselwerking is namelijk flink. Wat wij met ons hoofd denken en voelen heeft invloed op het maagdarmstelsel.

Maar de informatie die de darmen naar de hersenen communiceren blijkt ook ontzettend van invloed te zijn, meer dan wetenschappers eigenlijk dachten. Onderzoek liet zien dat ongeveer 90% van de vezels in de vagus zenuw (een belangrijke zenuw) informatie vanuit de darmen naar de hersenen transporteert, en niet andersom.

Neurotransmitters.

Deze informatie vanuit de zenuwcellen wordt overgebracht door middel van chemische stoffen die neurotransmitters genoemd worden. Het is over het algemeen bekend dat deze neurotransmitters in het brein aan het werk zijn. Maar het enterisch zenuwstelsel gebruikt meer dan 30 neurotransmitters, net als de hersenen! Bijvoorbeeld: ongeveer 95% van de serotonine van je lichaam, zit in de darmen.

Serotonine staat vooral bekend als gelukshormoon. Maar dit is erg kort door de bocht, doordat het voor veel meer processen van belang is. Hierbij kun je denken aan je geheugen, slaap, eetlust, zelfvertrouwen, seksuele functies, maar ook het verwerken van (pijn)prikkels en het reguleren van je lichaamstemperatuur.

Een genetische invloed.

Maar waarom is dit zo belangrijk wanneer we het over autisme hebben? Onderzoekers hebben ontdekt dat dezelfde genen die betrokken zijn bij de vorming van de synapsen in de hersenen, óók betrokken zijn bij de vorming van de synapsen in het spijsverteringskanaal. Een synaps is het punt waarop twee neuronen met elkaar communiceren. Dit zou dus kunnen verklaren waarom zoveel autistische personen ook maag-darmproblemen hebben. Want het gaat om dezelfde genen!

Eerder onderzoek toonde aan dat sommige gevallen van autisme te maken hadden met genetische mutaties in bepaalde genen. Deze genen zijn behoorlijk ingewikkeld van naam, dus ga ik deze in dit artikel niet benoemen. Wat wel belangrijk is, is dat deze mutaties de activiteit van serotonine belemmeren. En doordat serotonine dus voornamelijk in de darmen zit, weet je direct dat dit van invloed is op de werking ervan.

Deze mutatie zorgt er kortgezegd voor dat de werking van de serotonine minder is. Hierdoor werkt het spijsverteringsstelsel langzamer, wat bijvoorbeeld voor obstipatie kan zorgen. Dit heeft op zijn beurt weer invloed op andere belangrijke factoren, zoals de kwaliteit van de slijmvliezen en de opname van voedingsstoffen.

Een afwijkende darmflora.

Maar niet alleen een te traag werkend spijsverteringsstelsel heeft invloed op ons serotoninegehalte. De darmflora doet namelijk ook een flinke duit in het zakje. De darmflora is een verzamelnaam voor de totale populatie aan bacteriën die in je darm aanwezig zijn. Dit zijn er meer dan 100 biljoen, die met zijn allen een gewicht van ongeveer twee kilo kunnen hebben!

Deze darmflora heeft invloed op meerdere processen in ons lichaam. Zo helpen ze bij de vertering van voedsel, maar spelen ze ook een rol in ons immuunsysteem en ons zenuwstelsel. Hierdoor heeft deze darmflora ook invloed bij de productie van neurotransmitters, zoals de eerdergenoemde serotonine. Maar ook andere neurotransmitters zoals dopamine en GABA zijn hieraan gekoppeld.

Wanneer deze darmflora uit balans is kan dit ook andere problemen geven. Denk hierbij aan chronische ontstekingen en een verzwakte werking van de onderlinge communicatie tussen hoofd en lichaam. En wat blijkt nu? Mensen met autisme hebben vaker een darmflora met een verstoord evenwicht. En dit heeft dus ook z’n impact.

Een groep Italiaanse onderzoekers vergeleken de darmflora in de darmen van 40 kinderen met autisme en 40 kinderen zonder autisme. Er bleken verschillen te zijn bij zowel de bacteriën als de schimmels. Bij de autistische groep kwamen minder bacteriën uit de bacteroïdes-familie voor, en onder andere meer lactobacillen. En de candida-schimmels was gemiddeld gezien zelfs verdubbeld! En dit staat niet in verband met voeding en dieet.

En ook heeft een gezonde darmflora een belangrijke functie in het opnemen van belangrijke voedingsstoffen, zoals vitaminen, mineralen en vetzuren. Wanneer de darmflora uit balans is, dan is deze opname ook niet optimaal. Een tekort van deze essentiële bouwstoffen, heeft dus een invloed op al je lichaamscellen, je afweer én de opbouw van neurotransmitters.

Hoe zit dat bij jou?

Het is dus nogal wat. Je maagdarmstelsel kan dus een flinke invloed hebben op hoe je je voelt en hoe je in het dagelijks leven functioneert. En dan heb ik het nu nog niet eens gehad over wat maag-darmklachten aan sensorisch ongemak met zich kan brengen! Buikpijn, je misselijk voelen, je darmen horen borrelen: ook deze prikkels kunnen voor autistische mensen soms erg lastig te verwerken zijn.

Tenminste, dat is het voor mij wel! Mijn buik maakt soms zo’n lawaai dat ik mijn noise-canceling koptelefoon op moet zetten. Wat eigenlijk niet werkt, want het geluid komt ook van binnenuit, en daarnaast voel je ook nog vanalles.

En zaken zoals misselijkheid en buikpijn kunnen soms maar lastig te plaatsen of te verwoorden zijn. Het kan immers moeilijk zijn om bepaalde lichamelijke sensaties te onderscheiden van een mentaal gevoel, al helemaal wanneer je bijvoorbeeld alexithymie hebt (hier komt ook nog een artikel over).

Heb jij ervaring met maag-darmproblematiek? En heb je tips voor anderen om hiermee om te gaan? Of heb je een vraag? Deel het gerust in de comments!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer artikelen

De eerste stap

Kennismaking Hallo allemaal! Ik ben Fréderique, 21 jaar oud en studeer op dit moment

Jouw verhaal heeft kracht.

Misschien heb je het gevoel dat je verhaal slechts één van velen is, maar het kan een wereld van verschil maken voor iemand die momenteel met een soortgelijke uitdaging worstelt.

Stuur ons jouw verhaal in en zie het binnenkort op onze site.