Autisme, medicatie en een gesprek met de psychiater

Vragen

Het is weer psyciater-tijd. De laatste keer dat ik er was, is een half jaar geleden (lees de blog hier), dus ik heb veel vragen opgespaard.
Hij gaat er eens goed voor zitten. “Wat kan ik voor je doen?”
“Nou, ik heb een heel aantal vragen…” aarzel ik.
“Heb je ze opgeschreven? pak ze er maar bij.”
Dus ik open mijn mobiele notities. En ik begin.
Dat ik het idee heb dat mijn gevoel is afgevlakt de laatste tijd. Dat ik me zo slecht kan concentreren. Dat ik meer dwanggedachten heb. En dan die vermoeidheid, waarom ben ik toch zo moe de hele tijd? Ligt dat nou aan autisme, of aan mijn werk, of… hebben de medicijnen dat gedaan? Ik snap er al geruime tijd niets meer van.

Antwoorden

Gelukkig zijn daar dan whiteboards om orde te scheppen in de chaos van een autistisch brein. En daar maakt mijn psychiater dan ook dankbaar gebruik van. In no-time heeft hij het hele bord volgekladderd met versimpelde versies van autistische en neurotypische hersenen, het autistisme spectrum en een grafiek met de concentratie van medicijnen in het bloed.
Nu ga ik erg goed op visualisatie, dus dat is mooi. Maar wat betekenen al deze fancy plaatjes?
“Hebben de medicijnen je gevoel afgevlakt? Ik denk het niet,” zegt hij. “Wat ik denk, is dat je de laatste tijd gewoon overprikkeld bent. Ga eens na, wat speelt er allemaal in je leven?”
“Ik ga hier afronden met de therapie, dat is eng. En ik ben veel bezig met de aanstaande vakantie, en ….” som ik op.
“Precies! Dat zijn allemaal veranderingen.” Hij wijst naar een tekening van het zogenaamde ‘biopsychosociale model’.
“Kijk. Het biologische deel van het model, dus jouw autisme, bepaalt voor ongeveer 50% hoe het met je gaat. Daarbovenop heb je nog je psyche en je sociale omgeving, die de andere 50% opvullen. Nu spelen er veel dingen in jouw psyche en sociale omgeving, die ervoor zorgen dat je autisme het even zwaar te verduren heeft. De medicijnen helpen juist het biologische, ‘autistische’ deel om al die prikkels beter te kunnen verwerken. Ze zorgen ervoor dat het in hectische tijden niet escaleert. Dus ik zou je zeker niet aanraden je medicijnen te gaan afbouwen.”

Ahaaaa.
De knopen in mijn hoofd beginnen zich langzaam te ontwarren. Dus dáárom ben ik de laatste tijd zo moe. Het komt door de veranderingen in mijn leven. En de medicijnen helpen me juist daar beter mee om te gaan. Om niet zó overprikkeld te raken dat mijn autistische brein in een permanente staat van ‘ERROR’ schiet.
Daar kan ik wel mee leven.

Nog meer vragen

Waar ik nog even niet helemaal mee kan leven, is dat dat ook betekent dat ik nog wel even aan die pillen vast zit. Dus voor het gemak vraag ik daar nog even naar.
“Tja”, begint de psychiater. “Je kunt wel ergens op een boerderijtje in Frankrijk in de tuin gaan werken… prikkelarm. Dan heb je misschien geen medicatie nodig. Maar als er zich dan weer een grote verandering voordoet in je leven, heb je kans dat het teveel voor je is…. Kijk, ik wil eerlijk tegen je zijn. Je vertellen wat ik denk dat je nodig hebt. Ik ga het niet mooier maken dan het is”.
Oké, daar houd ik wel van. Eerlijkheid. Autisten zijn vaak zelf ook erg eerlijk (“what you see is what you get”), dus ik wil ook door anderen eerlijk behandeld worden. Ook als dat betekent dat ik de rest van mijn leven pillen nodig heb om…

En nog meer antwoorden

…misschien wel juíst om meer mezelf te kunnen zijn.
Een gesprek met mijn zusje, eenmaal thuis, leidde tot die gedachte (ik heb best een wijs zusje). Ze zei: “Als medicijnen je helpen om beter met prikkels om te gaan, kun je ook meer van de dingen doen waar je blij van wordt, die jou maken tot wie je bent”.
Daar zit wat in.

Dus ik blijf gewoon braaf mijn pilletjes slikken, elke ochtend en elke avond. Grappend over drugsruil met de vriend van mijn zusje, die ADHD’er is en ritalin gebruikt. Me afvragend of een keertje een pilletje vergeten ook gelijk effect zou hebben op de prikkelverwerking. Theorieën bedenkend over dat oplospillen minder bitter zijn als je ze in koffie mengt, omdat koffie van zichelf ook bitter is. Enzovoorts.
Pillen om méér jezelf te kunnen zijn. Je kan het zo gek niet bedenken, maar ik ben voor.

 

P.S. Bovenstaande blog is gebaseerd op mijn ervaringen met medicatie. Deze hoeven dus niet voor jou te gelden. Omdat medicatie en de effecten daarvan superpersoonlijk zijn, is het belangrijk om altijd eerst met een psychiater te overleggen voordat je iets verandert aan je medicijnengebruik.

Abonneer
Laat het weten als er
2 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
ewie
Lid
24 dagen geleden

Dag Janyke, Een mooi en open geschreven verhaal. Ik ben nu 48. Ik heb 4 verschillende anti-depressiva genomen in mijn leven. Toen ik 21 was kreeg ik prozac voorgeschreven. Deed niets, kort gebruikt. Toen ik 31 was kreeg ik citalopram van de huisarts, paar jaar gehad. Toen kwam huisarts met… Lees verder »

Dit artikel delen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Meer artikelen